Je browser is verouderd en geeft deze website niet correct weer. Download een moderne browser en ervaar het internet beter, sneller en veiliger!

Ik heb de mooiste baan ter wereld

Karen ten Hoven – Eerst Verantwoordelijke Verzorgende bij Heemhof 

Karen is een van de veertien medewerkers bij Atlant die we interviewden over hun werk binnen de zorg voor mensen met dementie. In openhartige gesprekken delen zij hun verhaal – puur en ongefilterd. Het resultaat is een indrukwekkende reeks over dementie. Met stuk voor stuk oprechte portretten van onze medewerkers, die trots zijn op het werk dat ze doen. 

Karen vindt haar werk zo ontzettend mooi, de mooiste baan ter wereld noemt ze het. Ze snapt niet dat niet iedereen dit werk doet. “Echt hoor!”, zegt ze. “Er zou een wachtlijst moeten zijn voor personeel om hier aan de slag te mogen. Het is zo prachtig om ervoor te zorgen dat bewoners zichzelf kunnen zijn. Als we van familie terugkrijgen dat hun dierbare echt zichzelf is, mogen we als team trots zijn. Het is een mooi compliment en het raakt de essentie van wat we hier doen.” 

Jong geleerd…

Zelf wist Karen al dat ze de ouderenzorg in wilde toen ze veertien jaar was. Haar moeder werkte in de zorg en Karen mocht op jonge leeftijd achter de receptie haar huiswerk maken. “Al kwam dat huiswerk er meestal niet van. Ik was veel te graag aan de klets met de bewoners, en dat is nu niet anders. Ik kan de hele dag lekker kletsen, heerlijk vind ik het.” Toch denken veel mensen dat Karen een verdrietig beroep heeft, maar het tegendeel is waar. “Wanneer je met bewoners met dementie werkt, zie je dat er ontzettend veel humor is. Er is geen rem, geen filter. Zo had een collega eens een tuniek aan, met een legging eronder. Een van de bewoners sprak haar erop aan door te zeggen dat haar onderbroek onder haar tuniek uitkwam. ‘Geen gezicht meid!’, riep ze. Dan lig je toch krom van het lachen samen?”, vertelt Karen. 

Achter iedere deur een ander verhaal

Iedere bewoner heeft zijn of haar eigen ‘ik’ en een eigen ziektebeeld. “Achter iedere deur vind ik een ander verhaal”, vertelt Karen. “Als ik binnenstap, stap ik in de wereld van de bewoner en pas ik me aan en veer ik mee. De een urineert, de ander plast en weer een ander piest. Ieder heeft z’n eigen ding, het is de truc om nergens iets van te vinden, om zonder oordeel te zijn. Wat niet altijd lukt overigens hoor! Soms heb ik slecht geslapen en moet ik echt even tot tien tellen of even een ruimte in lopen en heel hard vloeken. Om vervolgens weer met een glimlach te verschijnen.” 

Levensvreugde bieden

Voor de bewoners is Atlant vaak de laatste plek waar zij in hun leven wonen. “Dat stukje leven kun je maken of breken. Ik vind het heel fijn om dit samen met de familie tot iets heel moois te maken. Zij brengen iemand die hen heel dierbaar is. Wij zorgen ervoor dat het goed met hem of haar gaat, dat we levensvreugde zien”, vertelt Karen. Die levensvreugde kan bijvoorbeeld zitten in een warm croissantje tijdens Moederdag. Of voor bewoners rustig hun lievelingsmuziek aan te zetten tijdens het wakker worden in de ochtend. 

Als ik binnenstap, stap ik in de wereld van de bewoner en pas ik me aan en veer ik mee.

De puzzel compleet maken

“Om te kunnen meebewegen en meeveren, moeten we eerst de puzzel zien te leggen die bewoners hebben. Je wilt uitvogelen wat bewoners nodig hebben, wat werkt en wat juist niet. Soms duurt het leggen van de puzzel heel lang, maar als je ‘m dan compleet hebt maakt dat een wereld van verschil. Zo was er eens een bewoner die we alleen konden wassen als we het liedje ‘De klok van Arnemuiden’ zongen. Dat is toch humor?”, vertelt Karen. Overigens lukt het niet altijd om de puzzel te leggen. “In dat geval stoppen we even en nemen we afstand. Om het even later met een andere benadering nog eens te proberen.” 

De mooiste verhalen

Karen heeft legio voorbeelden, waar ze met een stralend gezicht over vertelt. Zo rende ze gerust met een bewoner tig rondjes door de gangen omdat hij wilde hardlopen, maar ook bijna blind was. Zette ze een bewoner met kleren aan onder de warme douche, omdat hij het tijdens het uitkleden altijd zo koud vond. Of gaf ze een bewoner klei omdat die de hele tijd met haar handen hard op tafel sloeg terwijl ze repeterende bewegingen liet zien. Het bleek dat deze bewoner altijd brood bakte. Dankzij de klei kon ze weer ‘deeg’ kneden. “Iedere dag brengt nieuwe verhalen en nieuwe anekdotes met zich mee. Over dingen die voor ons heel normaal zijn, dingen waardoor bewoners zichzelf kunnen zijn en die vaak ook nog eens ontzettend humoristisch zijn. We lachen wat af in ons mooie vak.”