Je browser is verouderd en geeft deze website niet correct weer. Download een moderne browser en ervaar het internet beter, sneller en veiliger!

Herinneringen zorgen voor verbinding

Het verhaal van Helene. Helene is als vrijwilliger bij locatie De Loohof al tien jaar een waardevolle gesprekspartner voor veel bewoners. 

Voordat we in het verhaal van Helene bij Atlant duiken, gaan we terug naar haar jeugd. Waar ze als tweejarig meisje getekend werd door oorlog. Diezelfde oorlog waar veel bewoners van Atlant ook herinneringen aan hebben. Herinneringen die ze liever vergeten. Maar die juist bovenkomen wanneer zij ouder worden en gaan dementeren. Helene is als vrijwilliger bij locatie De Loohof al tien jaar een waardevolle gesprekspartner voor veel bewoners. 

“Ik ben in de oorlog geboren”, begint Helene te vertellen. “We woonden destijds in Duitsland. In de eerste jaren ging dat wel, maar de oorlog werd steeds erger. Bombardementen, vervolging, vluchten en onderduiken. Ik was zo jong, maar ik had herinneringen in mijn hoofd waarvan ik niet wist of het waarheid was of fantasie.” Beide ouders van Helene hadden de Nederlandse nationaliteit en ontmoetten elkaar in Duitsland, waar ze een fijn leven opbouwden samen. Tot de oorlog uitbrak… 

De man met een hart 

“Ik heb het nog scherp op mijn netvlies staan. Ik speelde buiten en daar was hij, de Nazi-soldaat. Hij zette zijn pistool op mijn slaap, maar liet me uiteindelijk gaan. Ik was nog maar twee jaar oud. Vlak voordat mijn vader overleed deelde ik dit soort herinneringen met hem, ik moest gewoon weten of het echt gebeurd was. Op alles wat ik vroeg, knikte hij in stilte”, vertelt Helene geëmotioneerd. Helene en haar familie vluchtten van plek naar plek. Ze sliepen in het hooi langs de straat of in verlaten boerderijen. Ze pakten de trein, maar daar werden ze uit gehaald. “We werden gevangengenomen en in een donker hok gezet. Zonder licht, water of wc. Tot ineens midden in de nacht de ijzeren deur openging. Een man, die nog een hart had, fluisterde gehaast dat we het op een lopen moesten zetten. Dat deden we. We verscholen ons in het bos, tot de rust wederkeerde. Dankzij die ene man hebben we de oorlog weten te overleven.” 

Dankzij die ene man hebben we de oorlog weten te overleven.

Voor anderen zorgen 

In 1948 kwam Helene weer in Nederland. Waar haar ook een pittige tijd te wachten stond. “Toen mijn jongste zusje één jaar was, werd mijn moeder ziek. Ze overleed toen ze 42 jaar oud was. Dat betekende dat ik voor mijn zusje moest zorgen en het huishouden deed”, vertelt Helene. Daardoor maakte ze school niet af. Door het volgen van cursussen wist ze toch gymnastiek lerares te worden. Al had ze als kind eigenlijk de ambitie om zuster en vervolgens arts te worden. Het zorgen voor anderen is iets wat Helene altijd gedaan heeft en wat ze nog met liefde doet. Op het moment dat er in haar buurt een nieuw zorgcentrum opende, solliciteerde ze. Ze had geen enkele ervaring, maar ze kreeg een contract. Ze leerde in de praktijk en startte daarmee in 1987 haar carrière in de zorg. 

Werken met holocaustoverlevenden 

Maar er was iets wat haar maar niet losliet, iets wat ze heel graag voor anderen zou willen betekenen. “Ik wilde heel graag werken met holocaustoverlevenden. Ik heb van dichtbij meegemaakt hoe groot de littekens zijn die de oorlog heeft achtergelaten. Er deed zich een unieke kans voor. Ik zou een jaar naar Israël gaan om hulp te bieden aan holocaustoverlevenden. Maar een jaar werden er uiteindelijk 25”, vertelt Helene. Ze vervulde de rol van coördinator voor afdelingen in 27 landen en maakte vervolgens de stap naar directeur. Helene: “Daar werd ik voor gevraagd! Ik was stomverbaasd. Wat een eer. Ik stemde ermee in, maar met de voorwaarde dat ik ook met overlevenden kon blijven werken. Dit heb ik 20 jaar gedaan. Waarna ik weer terugkeerde naar Nederland.”  

Een kloppend zorghart 

Eenmaal terug in Nederland wilde Helene niet stilzitten. Haar zorghart klopte nog hevig en ze liep bij De Loohof naar binnen voor vrijwilligerswerk. “Dat is inmiddels negen jaar geleden”, zegt Helene. “Er was hulp nodig in het restaurant, waar ik met veel plezier gewerkt heb. Toen dit restaurant sloot ben ik op de derde etage aan de slag gegaan, een dementieafdeling. Iedere donderdagochtend hebben bewoners hier een uitje, want dan verzorgen we een luxe ontbijt. De gesprekken die ik dan heb met bewoners zijn zo ontzettend leuk! Zowel de gesprekken met bewoners met dementie als met bewoners die helder van geest zijn.” 

Doen wat het hart haar ingeeft 

“Dit is mijn vriendinnetje”, zegt een bewoner van 103 terwijl hij de hand van Helene pakt. “Deze bewoner woont wel op de derde etage, maar hij heeft geen dementie. Ik merk dat de herkenning die er is in hetgeen we hebben meegemaakt zorgt voor verbinding. Deze man was 23 jaar tijdens de oorlog en zat destijds in het leger. Daarover spreken we uitgebreid. Maar ook met bewoners met dementie spreek ik geregeld over die tijd. Het kan heel indrukwekkend zijn om te merken dat deze mensen dingen herbeleven. Dan wil ik er echt voor ze zijn. Ik doe wat mijn hart me ingeeft. Tijdens een praatje, door een hand op een schouder te leggen of door te zingen. Zoals tijdens het kerstfeest bij Atlant. Dan zie je dat muziek echt iets losmaakt bij de bewoners met dementie. Het is zo mooi om hen blij te kunnen maken. Het maakt me trots, dat ik dat teweeg kan brengen”, zegt Helene met een tevreden glimlach.    

Ik doe wat mijn hart me ingeeft. Tijdens een praatje, door een hand op een schouder te leggen of door te zingen.