Je browser is verouderd en geeft deze website niet correct weer. Download een moderne browser en ervaar het internet beter, sneller en veiliger!

Gewoon leven begint bij het goede gesprek

Teatske Klapwijk

De zorgvraag is in de loop der jaren sterk toegenomen. Door vergrijzing zijn steeds meer mensen aangewezen op zorg. “Die druk op de zorg neemt nu steeds sneller toe door de personeelstekorten”, zegt Teatske Klapwijk. Als zorgconsulent bij de Zorgentree van Atlant is zij het eerste aanspreekpunt voor mensen die niet langer zelfstandig thuis kunnen wonen. “Tegelijkertijd willen we ook dat deze mensen zoveel mogelijk hun eigen, normale leven blijven leven. Daarom moeten we andere keuzes maken en dat maakt deze verandering van zorg naar gewoon leven zo noodzakelijk.”

Als zorgconsulent heeft Teatske de zorgvraag steeds complexer zien worden de afgelopen jaren. Teatske: “We hebben bij Zorgentree een soort uitkijkpositie met goed zicht op de trends. Mensen blijven langer thuis wonen, wat betekent dat ze met complexere zorgvragen hiernaartoe verhuizen, als het thuis niet meer gaat. We zien als geen ander de urgentie van de verandering van zorg naar gewoon leven.” Daarom is ze nauw betrokken geweest bij de eerste stappen van deze nieuwe koers. “Ik ben er erg enthousiast over”, zegt ze. “Op het gebied van welzijn kunnen naasten een grote steun zijn. Laatst sprak ik een vrouw die haar partner graag z’n fruit blijft geven. Dit soort dingen kunnen medewerkers al veel tijd schelen en zijn bovendien heel fijn voor de bewoner en zijn vrouw. We moeten deze hulp met beide handen aangrijpen.”

Momenten samen

Het wordt daarom belangrijker om al in het begin het goede gesprek te voeren met naasten, waar Teatske en haar collega’s als eerste aanspreekpunt een belangrijke rol in spelen. “Dat moet zorgvuldig gebeuren. Als iemand hiernaartoe verhuist, is dit geen gemakkelijke beslissing. Naasten hebben vaak jaren voor hun partner, vader of moeder gezorgd en dat is niet niks. Het is belangrijk dat we goed naar ze luisteren en dat we goede afspraken maken over de verdeling van taken. Zodat we goed aansluiten bij de behoeften van zowel de bewoners als hun naasten. We moeten naasten laten weten dat ze altijd welkom zijn en dat we het toejuichen dat ze blijven doen wat voor hen samen waarde toevoegt. Het merendeel is gewoon bereid betrokken te blijven bij de zorg, maar weet niet wat er allemaal mogelijk is. Uiteindelijk is het niet anders dan dat ze bij hun naaste thuiskomen, waar ze gewoon hun gang mogen gaan, zoals ze dat altijd gewend waren.”

Zorgen

Naast zorgconsulent is Teatske ook voorzitter van de professionele adviesraad (PAR). Hier zitten collega’s uit alle disciplines bij elkaar om na te denken over hoe het gaat bij Atlant. Daarom heeft Teatske een goed beeld van wat er leeft in de organisatie. Ook met betrekking tot deze nieuwe beweging. “Iedereen begrijpt wel dat deze manier van werken hard nodig is, maar in de praktijk zullen sommigen het best lastig vinden. Dat is ook logisch. Als je twintig jaar met veel liefde en plezier in de zorg hebt gewerkt en nu misschien dingen anders moet doen, dan snap ik ook dat dat moeilijk is. Daar moeten we oog voor hebben. Maar uiteindelijk wordt de ondersteuning van bewoners hier beter van. Bovendien werken we in een fijne organisatie die voor iedereen aandacht heeft en waar je altijd in gesprek kunt gaan als iets je van het hart moet.”

Uiteindelijk is het niet anders dan dat ze bij hun naaste thuiskomen, waar ze gewoon hun gang mogen gaan, zoals ze dat altijd gewend waren.

Enthousiast over de toekomst

Deze nieuwe manier van werken staat nog in de kinderschoenen en is niet met een jaartje gerealiseerd. “Er gaat tijd overheen voor we er allemaal aan gewend zijn”, zegt Teatske. Toch is ze nu al enthousiast over de toekomst. “Ik kijk ernaar uit om nog meer samen op te trekken”, zegt ze. “De schoonmaakmede werkers, verpleegkundigen, naasten, artsen, vrijwilligers en alle andere zorgprofessionals die betrokken zijn bij de ondersteuning van de bewoner: iedereen heeft z’n kwaliteiten en expertises. We kunnen zoveel meer van elkaar leren dan we nu al doen. Met elkaar zijn we nog beter in staat de bewoner op de best mogelijke manier te ondersteunen. En dat willen we allemaal.”

Benieuwd naar de andere verhalen uit het magazine?