Executief disfunctioneren van patiënten met het syndroom van Korsakov; een theorie-gestuurde benadering

De vraag vanuit de praktijk

Mensen met het syndroom van Korsakov hebben vaak moeite met de meest eenvoudige dingen, zoals zelfstandig naar een activiteit gaan, hun kleding in de juiste volgorde aantrekken of opstaan uit bed. Ook hebben ze vaak moeite met het aanpassen van hun gedrag, initiatief nemen of iets organiseren. Dit noemen we executieve functiestoornissen. Executieve functiestoornissen zorgen voor problemen op allerlei gebieden en zorgen voor beperkingen in het dagelijks leven. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar wat deze executieve functiestoornissen precies inhouden. Welke deelgebieden van de executieve functies zijn beschadigd? Wat gaat er nog wel goed? En wat is de relatie met probleemgedrag? Ook apathie is een veelvoorkomend probleem bij mensen met het syndroom van Korsakov. Wat is de relatie tussen apathie en executieve functiestoornissen? En hoe ziet apathie er uit bij het syndroom van Korsakov? Op deze en dergelijke vragen probeert dit onderzoek een antwoord te vinden.

 

Onderzoek

Het onderzoek bestaat uit twee delen:

Deel 1 richt zich op de executieve functiestoornissen en het gedrag in de dagelijkse praktijk van cliënten met het syndroom van Korsakov. Om de executieve functies nauwkeurig te onderzoeken, worden ze verdeeld in drie deelgebieden: schakelen, jezelf afremmen, en het verwerken van informatie in het werkgeheugen. De volgende vragen staan centraal: welke deelgebieden van executieve functies zijn het ernstigst beschadigd? Wat is het verband tussen de afzonderlijke deelgebieden en het (probleem) gedrag in de dagelijkse praktijk? Om dit te onderzoeken worden de executieve functies gemeten van ongeveer 40 mensen met het syndroom van Korsakov en ongeveer 40 gezonde volwassenen. Daarnaast worden bij mensen met het syndroom van Korsakov vragenlijsten afgenomen over hun gedrag in de dagelijkse praktijk.

Deel 2 richt zich op apathie en de relatie met executieve functies. Hiervoor wordt een nieuwe lijst gebruikt die verschillende onderdelen van apathie meet, namelijk sociale apathie, emotionele apathie en gedragsmatige apathie. De vraag die centraal staat is: Welke vorm van apathie komt het meest voor bij mensen met het syndroom van Korsakov? Daarnaast wordt ook gekeken wat de relatie is tussen deze vormen van apathie en de beschadigingen van de (deelgebieden) van executieve functies.

 

Wat kunnen we ermee en wat betekent het voor de cliënt?

Dit onderzoek richt zich vooraf op het ontrafelen en begrijpen van de executieve functiestoornissen en apathie bij mensen met het syndroom van Korsakov. Wanneer er beter zicht is op deze stoornissen, biedt dat ook aanknopingspunten voor passende zorg en mogelijk zelfs behandeling van deze problemen. Voor de cliënt en diens zorgverlener of behandelaar ondersteunt dit onderzoek vooral begrip van de stoornissen. Ook kunnen de resultaten vergeleken worden met de best practices van de dagelijkse praktijk. Past het huidige zorgaanbod wel bij de specifieke zorgvragen van mensen met het syndroom van Korsakov? Het uiteindelijke doel van dit onderzoek is het verbeteren van de zorg voor mensen met Korsakov en daarmee ook het verhogen van hun kwaliteit van leven.

 

Wie?

Naast Wiltine Moerman, psycholoog en promovendus Atlant/RU is een projectgroep betrokken die bestaat uit prof. dr. Roy Kessels, prof. dr. Jos Egger en dr. Loes van Aken, allen verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Bij deel 1 van dit onderzoek waren daarnaast ook dr. Els Verschuur (HAN in Nijmegen) en dr. Serge Walvoort (Vincent van Gogh in Venray) betrokken. Bij deel 2 van dit onderzoek is dr. Yvonne Rensen (Vincent van Gogh in Venray) betrokken.