COPD-project

De vraag vanuit de praktijk

Van de 138 mensen met het syndroom van Korsakov in verpleeghuis Markenhof, rookt 90%. Zij hebben daarmee een risico op het ontwikkelen van chronische longaandoeningen, zoals COPD. De prevalentie van COPD bij mensen met het syndroom van Korsakov wordt geschat op 23-30% (Gerridzen & Goossensen, 2014), maar exacte cijfers hierover zijn niet bekend.
Mensen met het syndroom van Korsakov die verblijven in de Markenhof werden niet structureel gescreend op COPD. De indruk bestond dat er sprake was van onderdiagnostiek en dat niet alle cliënten met COPD optimaal behandeld en verzorgd werden. Daarnaast waren er vragen over in hoeverre het voor deze doelgroep haalbaar is om te stoppen of te minderen met roken; mede gezien de cognitieve problematiek veroorzaakt door Korsakov en COPD? Hoe kunnen zorgmedewerkers en het rookbeleid van Atlant cliënten ondersteunen in het stoppen of verminderen met roken? Welke ethische dilemma’s spelen mee en hoe kan hier mee worden omgegaan? Door de fysiotherapeuten werd o.a. geconstateerd dat mensen met het syndroom van Korsakov in het algemeen weinig lichaamsbeweging hebben en was het onduidelijk in hoeverre de clienten voldoende gebruik maakten van het bestaande ‘gezonde’ bewegingsaanbod (activiteitenplein) en/of het COPD bewegingsprogramma (fysiotherapie). Tenslotte bestond bij de diëtist het vermoeden dat het voor zorgmedewerkers onduidelijk is wanneer een voedingsadvies is geïndiceerd bij deze clienten. Wanneer de voedingsinterventies in combinatie met een beweegprogramma zouden worden aangeboden, hebben deze een betere uitwerking op de algehele lichamelijke conditie van de client.
Bovenstaande constateringen en vragen waren aanleiding voor het opstarten van een multidisciplinair project om de zorg en behandeling van COPD te verbeteren bij mensen met het syndroom van Korsakov. Er wordt gewerkt in een multidisciplinaire projectgroep om de zorg en behandeling van COPD te verbeteren bij mensen met het syndroom van Korsakov.

De theorie

De behandeling van COPD rust op 4 pijlers die nauw met elkaar samenhangen. Deze pijlers zijn:
1. Medicamenteuze behandeling
2. Verminderen of stoppen met roken
3. Voldoende lichaamsbeweging
4. Gezonde voeding

Hoever zijn we met het project?

Agaath Bruin (praktijkverpleegkundige) is samen met Maria Vermeer (verpleegkundige) in augustus 2017 op Marken Oost gestart met het in kaart brengen van mensen met het syndroom van Korsakov met COPD. Bij deze cliënten wordt ook een start gemaakt met een (individueel) Longaanvalplan. Dat betekent dat de signalen van een volgende longaanval wellicht sneller worden herkend en er direct op gereageerd kan worden. Ook heeft men de bruikbaarheid van de CCQ getoetst. De CCQ (Clinical COPD Questionnaire) brengt de ziektelast van iemand met COPD in kaart.

De werkgroepen Voeding en Bewegen werken aan het beter op elkaar afstemmen van voeding en beweging. Want iemand kan wel voldoende eten en drinken, maar als hij/zij verder inactief is, zal de spiermassa niet toenemen. Het is dan ook belangrijk om te weten wat de lichaamssamenstelling van een cliënt is. Dit kan gemeten worden met een BIA (bio-elektrische impedantie analyse). Hiermee wordt duidelijk of iemand te weinig of voldoende spiermassa heeft. De inname van voeding en de inhoud van de fysiotherapie kan dan nog beter worden afgestemd op de persoonlijke behoefte van een cliënt.

De komende periode…

  • Worden de verwijsmomenten voor de diëtist en logopedist van cliënten met COPD inzichtelijk gemaakt
  • Wordt het behandelprotocol COPD l afgerond
  • Worden de aanbevelingen van het onderzoek van een HBO-student Sport & Bewegingseducatie in de werkgroep Bewegen besproken en wordt bekeken in hoeverre het bewegingsaanbod op het activiteitenplein beter geschikt gemaakt kan worden voor cliënten met lichte COPD
  • Wordt door de werkgroep Roken bekeken hoe de aanbevelingen van het onderzoek onder zorgmedewerkers door studenten van de HBO-V, kunnen worden overgenomen. Centraal in dit onderzoek stond de vraag hoe zorgmedewerkers aankijken tegen het verminderen van roken door de cliënten. Is dit haalbaar? Hoe zien zij hun rol hierin en wat hebben zij nodig om cliënten hier bij te ondersteunen?
  • Wordt een intern zorgprogramma ontwikkeld
  • Wordt een scholingsbijeenkomst COPD georganiseerd. Ook verzorgen we een Goed Beter Best bijeenkomst in september over COPD.

Wat kunnen we ermee?

Door de (multidisciplinaire) op Evidence gebaseerde protocollen zal de COPD zorg voor mensen met het syndroom van Korsakov verbeterd worden. Behandelaren en zorgmedewerkers weten beter hoe zij de zorg en behandeling van COPD bij deze cliënten moeten vormgeven. De uitkomsten uit de twee studentonderzoeken zullen bijdragen aan het verbeteren van respectievelijk het bewegingsaanbod en de rol van de zorgmedewerker om het gesprek met cliënten aan te gaan over het (verminderen van) roken.

Wie werken mee aan dit project?

Dit project wordt uitgevoerd door de volgende medewerkers:
Agaath Bruin (praktijkverpleegkundige), Ineke Gerridzen (SO), Jurjen Fontein (verpleegkundige), Marloes Broekhuis (AB), Marieke Milder (fysiotherapeut), Eline Böhner (ergotherapeut), Sabine van Egmond (diëtist) en Loes van Dusseldorp (onderzoeksbegeleider, praktijkonderzoeker en projectleider COPD).

Wat betekent het voor de cliënt?

De zorg en behandeling van COPD wordt verbeterd, hetgeen bij kan/zal dragen aan de gezondheid en welzijn van de mensen met het syndroom van Korsakov met COPD. Te denken valt aan minder benauwdheid, minder exacerbaties van COPD, en een betere conditie.