‘Ik weet wie je bent’

Een onderzoek naar het dragen van naamkaartjes door medewerkers die werken met mensen met het syndroom van Korsakov

De vraag vanuit de praktijk

In het verleden is binnen Atlant meerdere malen gewerkt met het gebruik van naamkaartjes door medewerkers. De naamkaartjes werden een aantal jaar geleden afgeschaft, omdat er een zo groot mogelijke huiselijke sfeer gecreëerd moest worden. Deze keuze werd echter niet onderbouwd door wetenschappelijk onderzoek. Middels dit onderzoek werd de mogelijkheid geboden het wel of niet dragen van naamkaartjes af te laten hangen van het belang dat de cliënten hierbij hebben. We merkten namelijk in de praktijk dat cliënten lang niet altijd de namen weten van medewerkers.

Onderzoek

In dit onderzoek, wat is opgedeeld in twee deelonderzoeken, is gebruik gemaakt van zowel een kwantitatief als een kwalitatief onderzoeksdesign. Deelonderzoek 1 is een kwantitatief vergelijkend onderzoek. De interventie in dit onderzoek was het dragen van naamkaartjes op elke werkdag door de zorgmedewerkers; de controle was de gebruikelijke gang van zaken. Via een voormeting op alle buurten op de Markenhof is de beginsituatie in kaart gebracht. Na de voormeting zijn op 3 buurten de naamkaartjes geïntroduceerd; op de 2 andere buurten droegen de zorgmedewerkers geen naamkaartjes. Na 6 maanden is een nameting gedaan.
Deelonderzoek 2 was kwalitatief beschrijvend van aard en bestond uit semigestructureerde interviews met zorgmedewerkers en cliënten over hun ervaringen met het dragen van de naamkaartjes.

De vraagstellingen van dit onderzoek waren:
Deelonderzoek 1
Heeft het dragen van naamkaartjes door medewerkers invloed op probleemgedrag bij cliënten met het syndroom van Korsakov?

Deelonderzoek 2
– Welke ervaringen hebben zorgmedewerkers met het dragen van naamkaartjes in hun dagelijkse zorg voor en begeleiding van cliënten met het syndroom van Korsakov?
– Hoe ervaren cliënten met het syndroom van Korsakov het dragen van naamkaartjes bij zorgmedewerkers in de dagelijkse zorg en begeleiding?

Resultaten en conclusies

Wat betreft het geobserveerde probleemgedrag zijn er geen grote significante verschillen tussen de interventiegroep en de controlegroep geconstateerd. Uit de interviews kwam naar voren dat het dragen van naamkaartjes de sfeer meer huiselijk maakt, omdat cliënten zorgmedewerkers vaker bij naam aanspreken. Het lijkt cliënten meer vertrouwen en zekerheid te geven bij het aanspreken van de juiste persoon. Cliënten gaven aan minder geconfronteerd te worden met hun geheugenverlies. Het gebruik van de naamkaartjes werd door zowel zorgmedewerkers als cliënten als positief ervaren. Volgens cliënten is het contact persoonlijker, herkennen ze zorgmedewerkers beter en geeft het hen een veilig gevoel.

Hoever zijn we met het project?

Er is een implementatievoorstel geschreven door Calijn Hoexum. Vervolgens is per 1 juli 2017 het gebruik van naamkaartjes uitgerold over alle zorgmedewerkers van de Markenhof en het Dag Activiteiten Centrum, het activiteitenplein, flexmedewerkers en de behandelaren. Daarnaast zijn er een aantal reservenaamkaartjes per afdeling, die flexibel kunnen worden ingezet.

Over het algemeen is men heel trouw in het dragen van de naamkaartjes. Het was in het begin wel even wennen en de naamkaartjes werden dan nog wel eens vergeten. Sommige collega’s zagen het nut van het dragen van naamkaartjes niet zo in, maar deden het toch, omdat het van hen werd gevraagd of omdat het onderdeel uitmaakte van het onderzoek: “Je weet dat er een onderzoek loopt. We hebben met zijn allen afgesproken oké we doen er aan mee. Als je dan ziet dat sommige mensen erop reageren, dan vind ik dat voor die cliënt wel prettig” Op een gegeven moment merkten de zorgmedewerkers dat zij door cliënten er op werden aangesproken wanneer ze hun naamkaartje niet droegen, zo van: “… hé, waar is je naamkaartje?’’.

Om het dragen van de naamkaartjes goed te borgen hangen op de buurten de naambordjes in het zicht op het kantoor. De nachtdienst legt ze klaar voor de komende dag. Behandelaren en medewerkers wijzen elkaar op het dragen van de naambordjes. We merken dat het belangrijk is om er met elkaar alert op te blijven.

Wie?

Dit project is een samenwerking tussen Atlant (EVB`er Calijn Hoexum) en het Lectoraat Innovatie in de Care van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN), Nijmegen (associate lector Topcare Els Verschuur en twee studenten HBO-Verpleegkunde). Het project is gesubsidieerd door Stichting Topcare.

Wat betekent het voor de cliënt?

Het dragen van de naamkaartjes is een succes. Zowel zorgmedewerkers als cliënten zien er de meerwaarde van in. Het geeft de cliënten houvast in het herkennen en aanspreken van zorgmedewerkers.