Arianne Meijer

‘Ik ben een ouderwetse ziekenverzorgende en MMZ’er en voordat ik bij Atlant kwam heb ik twee jaar in de psychiatrie gewerkt. Ik was dus wel wat gewend. In 1992 ben ik in dienst gekomen bij Atlant bij de voorloper van het huidige Dag Activiteiten Centrum (DAC) “Het Onderonsje” op Hullenoord, en had toen al gekozen voor de doelgroep Korsakov. ’s  Ochtends startten we op de afdeling, haalden mensen uit bed, ontbeten en de hele bubs ging dan met me mee. Helemaal mijn ding.’

Ik wisselde een maand van baan met een collega

‘Vorig jaar dacht ik: ik wil weer wat leren, wat anders. Terwijl ik toch al heel veel scholingen en cursussen bij Atlant heb mogen doen. Ik kan er wel een muur mee behangen! Ik wilde wat anders, iets nieuws. Ik dacht: ‘wat moet ik nu toch gaan doen, over 10 jaar sta ik nog steeds om 7.00 uur op en ga dan ’s middags naar huis en doe dezelfde dingen’ Ik stond in de automatische piloot. Ik was ook wel even structuurmoe. In overleg met mijn teamleider heb ik toen met een collega een maand gewisseld van baan; zij ging naar het DAC en ik naar de woonbuurt toe. Wel bij de doelgroep Korsakov, want dat is mijn ding. Dat beviel wederzijds erg goed en sinds september 2016 werk ik nu op Marken Oost. In februari 2017 ben ik gestart met mijn parttime opleiding verpleegkunde niveau 4, ga nu een dag in de week naar school en hoop na mijn verjaardag in februari 2019, als ik 51 word, de dag erop te horen dat ik ben geslaagd. Dat wordt een feest!’

Het roer ging om

‘Het roer is dus omgegaan, want werk nu in onregelmatige werktijden en ook dat vind ik leuk. Ik ben vrij als anderen aan het werk zijn. Dat is het voordeel van Atlant, als je iets wilt dan liggen hier genoeg kansen. We zeggen hier wel eens voor de grap: als je langer dan 5 jaar bij Atlant werkt, ga je nooit meer weg.’

Vooroordelen over de doelgroep

‘Ik heb een klik met deze doelgroep. We horen vaak: ‘Die mensen hebben zich klem gezopen en hebben het aan zichzelf te danken’. Maar ik denk dan: ‘Hier zit een verhaal achter, je wordt niet zomaar alcoholist.’ Ik moet dan denken aan die man die op het kerkhof op een krat bier zat bij het graf van zijn overleden dochter. Wat zou ik doen als mijn kind kwam te overlijden? Hier wonen mensen die hun verhaal hebben, en als je daar echt aandacht voor hebt, begrijp je ze ook beter. De gemiddelde leeftijd is hier lager dan bijvoorbeeld binnen PG en lichamelijk zijn de meesten nog redelijk goed. Het is een speciaal soort mens, veel zwarte en grove humor, daar moet je wel tegen kunnen. Soms moeten we er met z’n allen keihard aan werken om iemand uit z’n bed te krijgen; de demotivatie, het geen zin in de dag hebben, dat gevoel is altijd aanwezig. Er kan dan gescholden en getierd worden. Er wonen overwegend mannen die geen blad voor hun mond nemen. Jonge tere popjes met naveltruitjes gaan het hier niet redden; het is niet voor niets dat we dringend adviseren hun decolleté niet te laag te maken. Als begeleider moet je echt gebekt zijn, niet bang zijn voor seksueel getinte opmerkingen.’

Humor hoort erbij

‘Toch is die humor ook leuk hoor, het is een beetje ouwe jongens krentenbrood lol, geintjes uithalen. Zo was er een keer een cliënt met een papegaai die wist dat ik alles wat fladdert eng vind. Ik was op een kamer de was aan het ophalen en de waskar stond op de gang. Kom ik de gang op, zit die papagaai óp de waskar en hoor ik in de kamer ernaast die cliënt heel hard lachen. Dan moet ik ook wel lachen hoor!’

Wees blij met de kleine resultaten

‘Wij verwachten nog wel wat van onze bewoners, hun ziekte wordt niet erger, ze kúnnen nog een aantal zaken zelf en het volgen van een dagritme biedt hen structuur. Soms is het wel een spektakel hoor en zie iedereen dan maar eens rustig te houden. De meeste mensen zijn hier op vrijwillige basis, dus als ze dan toch gedronken hebben, gaan we met ze in gesprek. Maar verder kun je niet zoveel doen, met het team denk je hier dan over na. Dat is best lastig, frustrerend zelfs. Maar je moet de lat niet te hoog leggen en blij zijn met kleine resultaten.’

Er is hier veel mogelijk

‘Ik voel me hier thuis, dat klinkt misschien een beetje gek voor iemand die werkt bij een zorgaanbieder, maar zo is het wel. Als je wilt, is er hier heel veel mogelijk. En ik ben van nature ook wel trouw, dat speelt ook mee. Atlant staat gewoon als een huis en de mensen hier maken het waar.’